
Bron: VI PRO
AZ middenvelder Sven Mijnans zag de afgelopen zomer een overstap naar PSV afketsen en nu won hij met AZ de KNVB beker en heeft de 26 jarige reserve aanvoerder zijn doelpuntproductie verdubbeld en is het tijd om verder te kijken. VI sprak met hem over een bewogen jaar.
We starten in de zomer van 2025, toen AZ niet instemde met een voorstel van PSV. Hoe heb je die tijd beleefd?
‘Ik had zoiets nog nooit meegemaakt. Mijn transfer van Sparta naar AZ ging super makkelijk, tweeënhalf jaar eerder. Voor mij was het de perfecte stap op dat moment. Op een vergelijkbare manier leek PSV me vorig jaar de perfecte vervolgstap. Een kampioenskandidaat, spelen in de Champions League, dagelijks in de hoogste intensiteit trainen met ervaren topspelers. Ik had al heel veel geleerd bij AZ, maar ik voelde óók dat we een heel jonge groep hadden. Jordy Clasie was helaas vaak geblesseerd, waardoor ik als aanvoerder een soort mentorrol kreeg. Iemand die talenten aan het opleiden was. Daardoor kwam ik minder toe aan de stappen die ik zélf nog wilde zetten. Daarbij zag ik goede kansen om veel te gaan spelen bij PSV. Ook met het oog op het WK leek het me een goed moment. Hoe je het ook wendt of keert, een bondscoach kijkt meer naar PSV dan naar AZ. Dat is logisch. Achteraf ben ik dankbaar dat ik zo’n succesvol jaar heb gehad bij deze club. Soms vraag ik me af hoe het was gelopen als ik wél naar PSV was gegaan.’
AZ zette een streep door de transfer, kwam dat onverwacht voor je?
‘Eigenlijk wel. Een paar maanden voordat die transferwindow begon, gaf AZ aan te willen meedenken of dat een goed moment voor een transfer zou zijn. Maar in de laatste fase van dat seizoen speelde ik goed en ging mijn rendement flink omhoog. Daarna veranderde de houding van de clubleiding. Het was alles bij elkaar een intense zomer. Na een lang seizoen, zonder vakantie, omdat ik ook voor het eerst vader werd. Er kwam veel tegelijk op mijn bordje.’
Kon je gemakkelijk de knop omzetten?
‘Het was even moeilijk. Maar je kunt niet blijven hangen in dat gevoel. Daar heeft niemand wat aan. Ook bij AZ liggen er natuurlijk genoeg uitdagingen en ik heb mezelf persoonlijke doelen gesteld. En dan ga je weer door.’
Kun je zeggen welke doelen je voor ogen had?
‘Ik kijk altijd wedstrijdbeelden van mezelf terug. Daarin vielen me twee dingen op. Ten eerste dat ik in het strafschopgebied vaak de kant van de bal opzocht, waar de voorzet vandaan kwam. Daarin was ik te gretig. Terwijl het de hoek, van waaruit je moet afwerken, veel moeilijker maakt. Dan krijg je een soort draaiballen. Als je meer in het midden blijft, kun je beter tegen de bal aanlopen en heb je een groter vlak om af te werken. Toen heb ik mezelf aangeleerd niet voorbij de penaltystip te lopen bij aanvallen vanaf de zijkant.’
‘Het andere punt was dat je veel meer tijd in het strafschopgebied hebt dan je denkt. Ik schoot vaak te gehaast, ook als de bal nog niet lekker lag. Ik ging te veel uit van mijn kwaliteit van schieten. Terwijl uit de statistieken bleek dat mijn schoten heel vaak geblokt werden. Dan is het beter om je schot net even uit te stellen, met een schijnbeweging of een passeeractie. Tijdens het seizoen werd het verschil duidelijk zichtbaar. De eerste maanden had ik aardig wat assists, maar ik scoorde nauwelijks. Toen ik aan die verbeterpunten ging werken, werd ik steeds vaker trefzeker. Waardoor ik in totaal op 21 goals uitkwam. Bijna een verdubbeling van het jaar ervoor.’
Analyseer je alles alleen?
‘Ik neem graag initiatief in het ontwikkelen van de punten waarvan ik vind dat ik ze moet gaan verbeteren. Dit doe ik wekelijks samen met Wesley Verhoek, mijn zaakwaarnemer. In de loop der jaren heb ik de voor mij perfecte omgeving gecreëerd. Die bestaat uit mijn vrouw, met wie ik al tien jaar samen ben, en mijn ouders. Mijn vader is een paar jaar geleden gestopt met werken en mijn moeder is genezen van een zware ziekte. Ze hebben alle tijd om mij overal in bij te staan. Dat is het enige wat ik nodig heb, samen met Wesley Verhoek. Ik ben heel leergierig, geloof heel erg in zelfontplooiing. Door continu jezelf te analyseren en daarmee aan de slag te gaan op het trainingsveld. Telkens opnieuw. Herhaling zorgt voor herkenning. En herkenning zorgt voor toepassing. Afgekort is dat HHT, zo zit dat in mijn hoofd. Wesley noemt mij altijd een soort spons. Dat klopt wel.’
Je teamgenoot Wouter Goes is eveneens intensief bezig met zijn eigen groei, vooral op mentale vlak. Hoe heb je dat van dichtbij meegemaakt?
‘Wouter en ik zijn heel close. Het mooie is dat hij zélf stappen heeft ondernomen om mentaal rustiger te worden. Daar is hij al een tijdje intensief mee bezig en hij vindt het mooi om dat te doen. Ook Wouter is ontzettend leergierig. Op trainingen en buiten het voetbal viel me eigenlijk nooit iets speciaals op aan zijn gedrag. Daarin is hij niet veranderd. Maar in wedstrijden was dat een ander verhaal. Dan stond Wouter ineens aan en liep hij bij corners als jonge speler ervaren tegenstanders helemaal gek te maken. Meteen na afloop was dat weer weg en leek het alsof hij vergeten was wat er allemaal was gebeurd.’
‘Er is een periode geweest dat het tegen Wouter en dus tegen de ploeg werkte. Toen hebben Jordy en ik tegen hem gezegd dat hij moest oppassen, omdat niemand er iets aan heeft als een verdediger telkens na een kwartier een gele kaart te pakken heeft. Dat gebeurde steeds vaker, ook omdat scheidsrechters veel meer op hem gingen letten. Tot hij op een keerpunt belandde. Zijn fanatisme maakt hem speciaal en tegenwoordig weet Wouter dat goed te kanaliseren.’
Gaandeweg het seizoen zei je collega middenvelder Kees Smit dat jullie onderling harder zullen moeten worden. Voelde jij je als best wel ervaren spelen hierop Aangesproken?
‘Nee hoor. Op trainingen en in wedstrijden ben ik degene die het meest praat, dan probeer ik het team neer te zetten. Maar ik ben geen type die na een slechte wedstrijd ploeggenoten gaat uitkafferen. Dat vind ik lastig. Omdat het dan persoonlijk wordt, terwijl het in dit soort gevallen vaak om collectief falen gaat. Ik neem op een andere manier het voortouw. Dan moet je jezelf geen rol gaan aanmeten die niet bij je past. Jordy heeft dat van nature meer dan ik. Ook Hobie Verhulst is op zijn eigen manier behoorlijk aanwezig. Zo heb je in elke ploeg verschillende soorten leiders.’
Wat zou jij Smit adviseren bij zijn keuze voor zijn carrière deze zomer?
‘Zijn situatie heeft twee kanten. Enerzijds moet een speler als Kees qua trainingsintensiteit optimaal getriggerd worden. Aan de andere kant moet hij duidelijk nog stappen zetten in zijn ontwikkeling. Dat vindt Kees zelf óók. En hij zal moeten bepalen op welke positie hij zich precies gaat richten. Tegen mij heeft Kees gezegd dat hij het liefst op 10 speelt. Maar hij heeft het hele seizoen op 8 gespeeld. Op die plek is hij enorm belangrijk geweest. Omdat hij enorm goed is in het bezorgen van de bal in de derde deel van het veld. Zoals Tijjani Reijnders dat ook zo goed invulde bij AZ. Op 10 sta je vaker te wachten op de bal én moet je goals scoren. Ik ben heel benieuwd hoe Kees het als aanvallende middenvelder zou doen. Zo makkelijk als hij wegdraait en positie kiest, dat zou perfect passen op die plek. Het belangrijkste voor Kees is dat hij móét blijven spelen. Of dat bij AZ is of in het buitenland, dat is aan hem.’
Het was eveneens het seizoen van de overgang van trainers tussen Martens en Echteld. Welk soort hoofdcoach is Leeroy Echteld?
‘Er wordt een beeld geschetst dat hij altijd boos is en voortdurend loopt te schreeuwen, maar dat valt heel erg mee. Hij is gewoon heel erg duidelijk en eerlijk. Dat is iets anders. Het valt me op hoe goed hij kan meebewegen met de groep. Hier en daar een grapje, dan weer heel serieus. Met oog voor de verschillende karakters. Hij voelt goed aan wat iedere speler nodig heeft. Jongens die zachtheid of vertrouwen kunnen gebruiken krijgen dat. Spelers die een andere aanpak nodig hebben krijgen dát. Met slimme opmerkingen krijgt hij iedereen scherp. Daarnaast weet de trainer precies hoe hij wil spelen. En als dat een keer niet kan, door beperkte beschikbaarheid van sleutelspelers bijvoorbeeld, bedenkt hij wat anders. We spelenz naar de mogelijkheden van het beschikbare elftal. Waar nodig wordt de speelwijze van de tegenstander daarin meegenomen.’
Wanneer kreeg je te horen dat je een andere rol zou spelen in de bekerfinale, vanaf de rechterflank voorin in plaats van centraal op het middenveld?
‘Twee weken eerder werd het me duidelijk. Toen Jordy Clasie tegen Fortuna Sittard als invaller zijn rentree maakte, verhuisde ik naar de rechterkant. Ook tijdens trainingen werd duidelijk hoe de trainer wilde gaan spelen. Tegen het systeem van NEC moet je gaan spiegelen, dus dan zouden Jordy en Kees Smit gekoppeld worden aan hun middenvelders. En ik dan in een vrije rol vanaf rechts. Waarbij ik overal mocht lopen. Zodat we twijfel bij NEC zouden zaaien en ik mijn ding kon gaan doen. Inhoudelijk moest ik nog wel even met de trainer praten over de invulling.’
Wat bedoel je daar precies mee?
‘Ik wilde die rol alleen invullen als we met vijf verdedigers zouden spelen. Met diepe wingbacks dus. Anders had ik de hele tijd achter de linksback van NEC aan moeten rennen. In mijn tijd bij Sparta heb ik dat vaak meegemaakt, als rechteraanvaller in een 4-3-3 systeem. Dan kom ik niet aan mijn eigen spel toe en ook voor het team zou dat niet goed zijn. Maar ik kon gewoon druk zetten op hun linker centrale verdediger, zoals ik dat als aanvallende middenvelder ook doe. En in balbezit had ik veel vrijheid, omdat ik nu geen directe tegenstander had. Dat pakte goed uit.’
Drie dagen voor de bekerfinale speelden jullie met een reserveteam de return in de kwartfinale van de Conference League tegen Shakhtar Donetsk. Ben jij als ervaren speler gekend in die keuze?
‘De keuze leek enigszins al gemaakt, toen dat werd verteld. Het overgrote merendeel van de groep was het ermee eens. Ook ik. Al vond ik het een moeilijke afweging. Omdat ik in principe gewoon alles wil winnen. Ik heb nog aangegeven dat ik best de eerste helft wilde spelen. Met nog wat vaste basisspelers. Kijken of we met 2-0 de rust konden ingaan en dan met frisse invallers de boel proberen af te maken. Ik had het gevoel dat we het nog konden redden. Maar wie laat je dan spelen en wie niet? Uiteindelijk zijn we vol voor de beker gegaan. Achteraf kunnen we concluderen dat de juiste keuze is gemaakt.’
Kort na de festiviteiten zaten er in de wedstrijd tegen GA Eagles veel basisspelers op de bank maar jij mocht gewoon in de basis starten, terwijl jij gewoon in de basis begon. Was er daar een onderscheid tussen de spelers die tot het einde waren gekomen en degenen die het wat rustiger hadden aangepakt?
‘Zo kun je dat wel zien, ja. Ook ik heb zeker genoten van de festiviteiten, alleen op een gegeven moment moest de focus wel naar presteren tegen Go Ahead. Oké, je slaapt minder natuurlijk op dat soort feestdagen. Maar je traint ook niet. Dus mijn lijf kon het prima aan allemaal. En er was nog steeds kans om te stijgen op de ranglijst. Tegen het eind van het seizoen zei Wouter dat we nog best hadden kunnen profiteren van het puntenverlies van NEC. Toen dacht ik: Ja, dat hadden we dan wat eerder moeten beseffen met zijn allen. Als we die weken dingen niet 100% zouden doen, wisten we dat de kans op goede resultaten minder groot zou zijn. Helaas hebben we de competitie niet op een goede manier afgesloten.’
Aan welke eindklassering heb je vooraf gedacht?
‘Ik mikte op de tweede plek. Zeker. Wat niet hielp, waren de langdurige blessures van een paar sleutelspelers. Jongens die cruciaal zijn voor hoe wij willen spelen. Clasie, Kasius, ikzelf ook een tijdje. Als je bijvoorbeeld naar Elijah Dijkstra kijkt: die ontwikkelt zich geweldig. Maar toen hij in het begin van het seizoen Denso verving, was Elijah nog niet zover als nu. Vergelijk je het met Ajax, daar hebben ze in de breedte veel meer ervaren spelers dan AZ. Ook op de bank. Wij moesten in die blessureperiode vaak terugvallen op talenten uit Jong AZ. In een ritme van drie wedstrijden per week. Dat maakt het lastig.’
Het meest ingrijpende voorbeeld van de onvoorspelbaarheid was de week waarin jullie Ajax met 6-0 in de beker versloegen en vervolgens zonder enige kans verloren van PEC Zwolle. Hoe kun je dat verklaren, afgezien van die blessures?
‘Dat heeft met mindset te maken. Rond een wedstrijd tegen Ajax heerst een andere focus en ambiance. Dan zit je allemaal op dezelfde lijn. Zonder dat het uitgesproken hoefde te worden, wist iedereen wat er moest gebeuren en dat we het tegen Ajax zouden gaan doen. In Zwolle ontbrak die gedachte. Dan zie je wat er gebeurt als een paar jongens het laten afweten, in het druk zetten bijvoorbeeld. Tegen PEC waren dat zelfs zes of zeven spelers. Dan krijg je het tegen iederéén heel lastig. Terwijl dit precies is waar het in topsport om draait: constant aanstaan en constant het maximale eruit halen. Tegen wie je ook speelt.’
Zou het toevoegen van meer ervaren spelers AZ helpen?
‘Dat denk ik wel. De visie van AZ is helder: de nadruk ligt op het zelf opleiden en doorontwikkelen van talenten. Ze hebben bewezen dat heel goed te kunnen. De afweging is dan of je daar twee of drie ervaren spelers aan toevoegt. Die hebben na afloop van hun contract minder restwaarde, maar ze kunnen wel direct iets toevoegen aan een ploeg. Dat zou míjn keuze zijn. Ik had bij AZ graag wat meer ervaren jongens erbij gehad. In mijn ogen maakt dat de kans op constante prestaties groter.’
Heeft de clubleiding beloofd dat AZ deze zomer makkelijker zal reageren op specifieke interesse?
‘Daar hebben we inderdaad over gesproken. Dat lijkt me logisch ook. Het houdt een keer op. Ik ben nu 26 jaar, heb drieënhalf jaar bij AZ gespeeld. Als de club nog iets aan me wil overhouden, dan is dit het moment om samen te kijken wat er mogelijk is. Ik ben relatief laat doorgebroken in het profvoetbal. Heb lang het gevoel gehad dat ik daardoor qua leeftijd een beetje achterliep. In dat kader was mijn tijd bij Jong Oranje een interessant meetmoment. Daar merkte ik dat ik goed meekon met grote spelers als Ryan Gravenberch. Vooraf dacht ik dat ik meer moeite zou hebben met het niveau. Maar dat verliep juist hartstikke goed. Laatst gaf toenmalig bondscoach Erwin van der Looi in een interview nog aan dat ik heel dicht tegen een basisplaats aan zat. Mijn ervaring bij Jong Oranje sterkte me in mijn gevoel dat er nog veel meer mogelijk is.’
Heeft PSV aangegeven dat ze deze zomer terug zullen keren om je te halen?
Ik lees soms dat die optelsom wordt gemaakt. Maar nee, dat is niet ter sprake gekomen.’
Is voor jou het moment van een binnenlandse transfer inmiddels voorbij?
‘Dat vind ik lastig. Ik speel al best lang in de Eredivisie. In dat opzicht zou een cultuurswitch goed voor mijn ontwikkeling zijn. Aan de andere kant ga je bij een buitenlandse club niet zomaar Champions League spelen. Een club als PSV heeft dat wél te bieden. Dat kan dan weer invloed hebben op een mogelijke kans bij het Nederlands elftal. In mijn hoofd weet ik wel zo’n beetje wat ik wil. Nu is het afwachten wat er gaat komen.’