
Bron: VI PRO
De hype rond Kees Smit (19) dit jaar kan niemand ontgaan zijn. Hoe hij daarmee omgaat vertellen trainers, ploeggenoten en het toptalent zelf. ‘Ik kan het wel hebben allemaal.’
Goedemorgen Kees, hoe gaat het?’
‘Goed hoor, trainer.’
Peter van der Veen schiet spontaan in de lach, als hij vertelt over de lengte van zijn conversaties met Kees Smit, afgelopen zomer tijdens het EK Onder-19. De inborst van het toptalent blijkt al net zo ongecompliceerd als zijn naam. ‘Sommige spelers hebben weinig woorden nodig’, weet Van der Veen, bondscoach van de nationale jeugdploeg die dit jaar Europees kampioen werd. ‘Kees is er zo eentje. Hij heeft ook niet zo veel op met lange teammeetings. Na een tactische bespreking van vier minuten zei ik weleens tegen hem: Lekker kort, hè? Dan moest hij lachen. Kees wil gewoon het veld op.’
Aan het lijf van Smit geen polonaise, daar komt het kort door de bocht op neer. ‘Als hij lekker in zijn vel zit, moet je dat volgens mij niet verstoren’, vervolgt Van der Veen. ‘Wanneer ik het idee had gehad dat hij ergens mee zat, had ik dat natuurlijk bespreekbaar gemaakt. Maar met Kees ging het hartstikke goed. Hij heeft vaak een lach op zijn gezicht en hij is altijd in voor een dolletje. Maar verder is het gewoon een vrij rustige jongen. Ik heb hem weleens gevraagd of hij aanvoerder wilde zijn, maar die poespas hoefde van hem niet. In alles straalt hij uit: Laat mij maar lekker voetballen, dan komt het wel goed.’
En goed kwam het, tijdens het EK in Roemenië. Met een koffer vol onderscheidingen keerde Smit terug: de gouden medaille, de topscorersprijs en de trofee voor Speler van het Toernooi. Nadat hij twee jaar eerder met AZ al de meest prestigieuze jeugdprijs op clubniveau – de UEFA Youth League – had gewonnen. Het past allemaal in het traject dat bij Smit al vroeg werd ingezet, nadat hij op negenjarige leeftijd als jongste ooit aan de jeugdopleiding van AZ werd toegevoegd.
‘Toen Kees als klein mannetje in Onder-12 ging spelen, hoorde je op het jeugdcomplex mensen al zeggen dat hij de nieuwe middenvelder van AZ ging worden’, weet ploeggenoot en mede-opleidingsproduct Wouter Goes nog goed. ‘Als zo iemand dan voor het eerst komt meetrainen, ga je hem wel even testen. Kijken of hij echt zo bijzonder is en of hij tegen een tikkie kan. Als je goed kan voetballen, word je snel geaccepteerd. Zo werkt dat. Nou, Kees was al snel een van de besten op het hele trainingsveld. Dat ging als een lopend vuurtje door de club.’
Tot in de technische staf van het eerste elftal aan toe. Toenmalig hoofdtrainer John van den Brom speurde na zijn eigen training regelmatig de velden op het jeugdcomplex af, in de hoop dat hij nog even kon kijken bij dat talentje uit de bovencategorie. Ook assistent-trainer Pascal Jansen werd in die tijd getriggerd door de lovende verhalen over Smit. ‘Ik zal nooit vergeten dat ik Kees voor het eerst zag spelen’, vertelt Jansen, later hoofdtrainer bij AZ en tegenwoordig New York City FC. ‘Het was een wedstrijdje van AZ Onder-13. Waar hij nu terecht om wordt geroemd – het scannen op het veld – dat had hij toen al. Je kunt talenten daarin trainen. Maar dan is het op die leeftijd nog steeds de vraag, hoeveel van die informatie ze kunnen opslaan en vervolgens ook nog kunnen omzetten in de praktijk. Kees beheerste dat allemaal al. Van nature. Waardoor zijn keuzes in het veld al op zeer jonge leeftijd van heel hoog niveau waren. Wat me ook meteen aan hem opviel: voor een nuchtere Noord-Hollandse jongen heeft Kees heel veel zelfvertrouwen. Dat vind ik een heel goede eigenschap. Met diezelfde overtuiging ging hij enkele jaren later ook voor het eerst mee op trainingskamp met de A-selectie.’
Eind december 2022 was dat. Jansen was inmiddels hoofdtrainer, AZ trok naar Valencia en de zestienjarige belofte was van de partij. ‘Kees liet best goede dingen zien’, herinnert hij zich. ‘Maar fysiek liep hij echt nog behoorlijk achter op de rest. Op een gegeven moment deden we een trainingsvorm van vijf-tegen-vijf. Waarbij ik Dani de Wit bewust in de mandekking op Kees liet spelen. De regel was dat als je directe tegenstander scoorde, je moest opdrukken na dat partijtje. Moet je net Dani hebben. Die liep hem helemaal aan gort en maakte drie of vier goals. Toen heeft Kees zich heel wat keren moeten opdrukken. Ik wilde hem even met zijn neus op de feiten drukken. Hoe bijzonder hij ook was aan de bal, het was op dat moment nog niet genoeg om het verschil te maken tussen al die volwassen profs. Zelfs niet met al zijn specialiteiten in balbezit.’
Drie jaar later ziet de wereld van Smit er compleet anders uit. Niet in zijn privéleven, overigens. De timmermanszoon woont nog steeds bij zijn ouders en zus, tussen de weilanden van Heiloo, met schapen in de tuin. Het verschil zit in de buitenwereld, waar de spotlichten fel zijn gaan schijnen. Al jaren wordt hij gevolgd door scouts van internationale topclubs, sinds het gouden EK en zijn vaste basisplaats bij AZ is dat alleen maar toegenomen. De recente opmerking van bondscoach Ronald Koeman dat Smit hem aan Barcelona-middenvelder Pedri doet denken, gaf de hype nog eens nieuwe brandstof.
‘Volgens mij kan ik er goed mee omgaan’, zegt Smit over alle aandacht. ‘Maar eigenlijk is het aan anderen om daarover te oordelen. Of ze mijn gedrag hebben zien veranderen. Ik denk van niet. Met de trainer heb ik het er bij AZ nooit over. We praten over verbeterpunten in mijn spel, over het team, over voetbaldingen. Dat is ook goed. Want iedereen kan schrijven en zeggen wat ze willen: het gaat erom dat ik een steeds betere voetballer word. Dat is waar we elke dag mee bezig zijn.’
Zijn eigen gevoel dat hij zijn hoofd niet op hol laat brengen, wordt bevestigd door teamgenoten. ‘De aandacht voor Kees is logisch, uiteindelijk zijn het complimenten voor zijn ontwikkeling’, zegt Peer Koopmeiners. ‘Als je hem er achter de schermen naar vraagt, zie ik nog steeds dezelfde bescheiden jongen. Het maakt hem allemaal niet zo veel uit. In de kern is Kees dat jochie uit Heiloo dat gewoon lekker wil voetballen. Zelfs in de gym is hij het liefst met een bal bezig. Dat is typisch Keesie. Een echte voetballiefhebber.’
Wouter Goes heeft soortgelijke ervaringen met Smit: ‘Ik heb Kees wel even gedold met die Pedri-vergelijking. Hij blijft er koel onder, dat vind ik knap. Mij lijkt het lastig als je zó veel veren in je reet krijgt. Ik zou denk ik iets te veel in mezelf gaan geloven. Maar Kees gaat er goed mee om. Hij is al heel lang gewend om met een hoog verwachtingspatroon te leven. Ook aan zijn spel kun je zien hoe onverstoorbaar hij is. Kees voetbalt heel vrij. Waarbij de omstandigheden hem niet uit lijken te maken. Als we bij AZ een tijdje minder goed draaien, wil hij nog steeds elke bal hebben. Dat siert hem. Het is gewoon een goede gozer. Rustig van karakter, hij gaat lekker mee in de flow van de groep. Kees ligt bij iedereen goed.’
Die onverstoorbaarheid toont Smit ook als het naderende WK ter sprake komt. Koeman liet al doorschemeren dat hij in de 26-koppige toernooiselectie plaats wil inruimen voor enkele jonge talenten. Smit geldt als een belangrijke gegadigde. ‘De bondscoach bij Jong Oranje had me al verteld dat Koeman mijn ontwikkeling volgt’, klinkt het nuchter. ‘Maar de vergelijking met Pedri kwam voor mij als een verrassing. Ik vond het wel leuk. De jongens bij Jong Oranje dolden me ermee, die gingen me ook Pedri noemen. Wouter Goes voorop. Is toch mooi? Ik kan het wel hebben allemaal. Blijf gewoon rustig. Voor mij geldt hetzelfde als voor andere spelers die de bondscoach in de gaten houdt: je moet goed en constant zijn, dan maak je kans. Ik hoop dat het lukt.’
Zelf is hij nog niet tevreden over het verloop van dit seizoen. Onlangs kraakte Smit harde noten over zijn ploeg, na het gelijkspel tegen Go Ahead Eagles en drie voorgaande competitienederlagen. ‘Het gaat niet goed, dat vinden we allemaal. Maar dan is er niemand die opstaat om te zeggen waar het écht op staat. We moeten allemaal veel harder tegen elkaar zijn. We kunnen goed voetballen, maar dat komt er te weinig uit. Telkens als we bovenin kunnen aansluiten, laten we die kans liggen. Het lijkt wel een soort vloek.’ Ook keek hij kritisch in de spiegel naar zijn eigen impact. ‘Ik ben sowieso niet snel tevreden over mijn spel. Er zijn altijd dingen die beter moeten. Ik ben blij met mijn basisplaats dit seizoen, maar mijn bijdrage is nog niet zoals ik het vooraf in mijn hoofd had. Mijn niveau gaat nog te veel op en neer.’
Deels is dat terug te voeren op de fysieke eisen van het topvoetbal. Voor het eerst staat de jongeling dit seizoen vrijwel elke wedstrijd aan de aftrap en dat begint hij te voelen. ‘Ik speel nu veel wedstrijden en ik merk dat ik dat op dit niveau nog niet eerder heb gedaan. Na een paar maanden begon ik te voelen dat het zwaar is. Dan zit ik er tijdens een wedstrijd soms even doorheen. Terwijl je natuurlijk moet blijven leveren. Ik denk dat het bij de ontwikkeling van een jonge speler hoort. Hoe langer je meedraait in dit ritme, hoe meer inhoud je krijgt.’
Maarten Martens benoemt op zijn beurt de voetbalinhoudelijke verbeterpunten in het spel van Smit. ‘Het verdedigende aspect blijft voor mij een punt dat Kees absoluut nog moet verbeteren’, zegt de AZ-coach. ‘Een ander werkpunt is hoe hij in het veld omgaat met mindere fases van de ploeg. Dan kun je het team helpen met je spel en met een bepaalde energie. Het tegenovergestelde daarvan is gefrustreerd raken. Het is duidelijk dat we in de staf genieten van zijn kwaliteiten. Maar we wijzen hem óók op de dingen die beter moeten. Daarvan kan Kees in de rest van zijn carrière profijt hebben. Dat beseft hij ook wel.’
Desgevraagd beaamt Smit dat er nog heel wat werk aan de winkel is. Zeker op zijn huidige middenveldpositie, minder aanvallend dan in Onder-19 het geval was, moet hij regelmatig omschakelen naar defensieve arbeid. ‘Ik weet dat het verdedigen een belangrijk verbeterpunt is’, reageert hij. ‘Met de bal aan je voet is voetballen het leukste, maar er moeten ook andere dingen gebeuren in het veld. Dat weet ik heel goed. De laatste tijd sta ik wat lager op het veld, omdat ik ook de opbouw moet verzorgen. Na balverlies sta ik daar niet echt in mijn kwaliteit. Dat is dus iets waaraan we werken. Sven Mijnans speelt goed op de nummer-10-positie, dus ik denk niet dat de trainer onze posities zal omruilen. Dat hoeft ook niet. De trainer heeft uitgelegd wat hij de beste rolverdeling vindt en ik begrijp dat.’
Tijdens het EK Onder-19 excelleerde Smit in de meest aanvallende rol op het middenveld. ‘Van nature vind ik Kees een echte nummer 10’, verklaart toenmalig jeugdbondscoach Peter van der Veen. ‘Op die plek kan hij het meest dominant zijn. Maar ik geloof dat de meningen daarover verdeeld zijn.’ Maarten Martens maakt inderdaad andere afwegingen. ‘Je zoekt als trainer naar balans in je ploeg’, stelt de AZ-trainer. ‘Bij ons is Sven de vaste waarde op de nummer 10-positie. Kees kan ook prima als schakelspeler en in de lage opbouw uit de voeten. Dat heeft hij in de jeugd al heel vaak gedaan. Kees kan ook het verschil maken als nummer 10, dat hebben we inderdaad op het EK Onder-19 kunnen zien. Maar met alle respect voor die prestatie: daar is de weerstand natuurlijk een stuk minder dan in de Eredivisie.’
Resteert de vraag waar het allemaal gaat eindigen met de carrière van Smit, wiens contract bij AZ doorloopt tot medio 2028. ‘Ik blijf weg van voorspellingen over Kees’, zegt Peer Koopmeiners. ‘Iedereen ziet hoe goed en hoe makkelijk hij kan voetballen. Voorgangers die op deze leeftijd al konden wat Kees nu doet, zijn tot de grootste hoogtes doorgegroeid. Ryan Gravenberch is daar een mooi voorbeeld van. Maar er zijn óók voormalige toptalenten bij wie het minder goed is verlopen. Kees moet gewoon dat nuchtere jochie uit Heiloo blijven, hard werken en de juiste keuzes maken. Dan gaat hij een mooie toekomst tegemoet.’
Peter van der Veen is vooral benieuwd hoe ratio en gevoel zich tot elkaar gaan verhouden, als Smit komende zomer de balans opmaakt. ‘Zelfkritisch zijn is onderdeel van zijn kracht’, weet Van der Veen. ‘Kees daagt zichzelf graag uit en houdt zichzelf scherp. Dus ik verwacht dat hij goed zal kijken op welk punt van zijn ontwikkeling hij dan staat. Verstandelijk zou je Kees adviseren nog een jaar bij AZ te blijven. Want het fysieke aspect is nog wel een dingetje. Dan bedoel ik dat je het een wedstrijd of vijftig per seizoen kan volhouden. Ian Maatsen vind ik een mooi voorbeeld. Die heeft een paar jaar bij Championship-clubs enorm veel wedstrijden gespeeld, voordat hij de fysieke hardheid had voor het hoogste niveau. De grote vraag is of Kees daar nu al klaar voor is.’
‘Aan de andere kant zal ook zijn gevoel meespelen. Kees zit al heel lang bij AZ. Dan is jezelf bewijzen tussen betere spelers, in een nieuwe omgeving, heel uitdagend. Soms moet de omgeving veranderen om nóg professioneler te worden. Omdat een speler dan wordt omringd door ploeggenoten die in alles al op topniveau zitten. Zodat je voelt dat je nog meer moet doen dan je al deed. Vaker de gym in, aan de slag met een eigen team van specialisten, nog beter je voeding afstemmen. Kees is nieuwsgierig en slim genoeg om op al deze vlakken bij teamgenoten de juiste informatie op te halen. Hoe dan ook zie ik hem ruim vóór zijn piek al bij een buitenlandse topclub spelen.’