Fan van AZ Alkmaar
Nieuws

Uitgebreid interview met Wouter Goes

Wouter Goes (22) is zelfstandig geworden, nadat zijn gedrag vorig jaar veel ophef veroorzaakte. Een eerlijk gesprek over zijn zoektocht naar een nieuwe stijl, zijn carrièrestrategie, boeken in vergelijking met sociale media en de ervaringen met jeugdvrienden bij AZ.

Dit verhaal komt uit het weekblad Voetbal International

AZ vertelde jou eerder deze zomer dat je absoluut niet weg mocht, hoe kreeg je zoiets te horen?
‘Voor de zomervakantie had ik een gesprek met de technisch directeur en de trainer. Ze stelden een open vraag: wat ik in het nieuwe seizoen zou willen. Toen heb ik aangegeven dat ik graag een stap zou willen maken. Het antwoord was dat ze mijn ambitie begrepen, maar dat ze me nog een jaar bij AZ wilden houden. Ik kreeg niet de indruk dat ik ze op andere gedachten kon brengen. Dat was ook helemaal niet erg. Het was een prima gesprek, waarin we elkaars standpunten begrepen. Er sprak veel waardering uit en AZ is een prachtige club om voor te voetballen.’

Hadden jullie het dan ook over het verlengen van je contract?
‘Dat kwam later. Daar heb ik een tijdje over nagedacht. Er was belangstelling van andere clubs, zonder echte aanbiedingen nog. Daar zaten clubs tussen waarmee ik anders wel in gesprek was gegaan. Maar het standpunt van AZ was duidelijk, ook voor die clubs met interesse. Toen heb ik besloten tot 2030 bij te tekenen. Ik ben opgegroeid bij AZ, ik wil hier uiteindelijk door de voordeur naar buiten. Met een mooie transfersom voor de club.’

Was het ook zo dat een andere sterkhouder, in de persoon van Peer Koopmeiners, dezelfde boodschap van de clubleiding ontving?
‘Zeker. Peer zat in dezelfde situatie, dus we hebben hierover met elkaar gesproken. Kijk, bij AZ gaan elke zomer een paar goede spelers weg. Maar het was duidelijk dat de directie veel belangrijke jongens wil vasthouden en er versterkingen zouden komen. Dat gaf een goed gevoel. Je wil niet op een zinkend schip achterblijven. Als je ziet hoe sterk onze selectie nu is, dan heeft de clubleiding dat echt goed gedaan.’

 

Schermopname _1666_

 

Heb je Kees Smit ook gevraagd wat zijn plannen zijn voor de toekomst?
‘Uiteraard praat je met meerdere jongens. Ik heb als grap tegen Kees gezegd: Als ik blijf, dan blijf jij ook. Maar goed, ik kan zijn gedachten niet sturen natuurlijk. Volgens mij weet hij het zelf nog niet zo goed. Zijn antwoord was niet heel duidelijk. Dat snap ik ook wel. Je weet niet wat er nog op hem gaat afkomen en iedereen maakt zijn eigen afwegingen.’


Zou het kunnen dat jij bij een andere club in Nederland gaat spelen?
‘Ik zeg nooit nooit. Ook de traditionele topdrie in Nederland bestaat uit mooie clubs. Maar het zal niet mijn eerste intentie zijn om daar te gaan spelen. Bovendien is bekend dat AZ liever geen spelers verkoopt aan die clubs. Maar zelf gooi ik geen enkele deur dicht. Mijn voorkeur is dat ik na AZ naar een buitenlandse club ga. Sam Beukema vind ik een mooi voorbeeld, een club als Napoli is hartstikke mooi.’

AZ maakt af en toe de afspraak dat de club zich een jaar later flexibeler zal gedragen met spelers die niet weg mogen. Zoals het geval is met Sven Mijnans. Heb je een vergelijkbare belofte ontvangen?
‘Over wat we hebben besproken of de inhoud van mijn contract laat ik me niet uit. Maar voordat ik bijtekende heb ik gebeld met Sven, omdat hij hier inderdaad ervaring mee had. Al was hij vorig jaar al veel verder met een club, PSV, toen hij als het ware werd tegengehouden. Dat was anders. Maar Sven heeft me goed geholpen. Zolang ik bij AZ speel, geef ik alles wat ik heb. Zoals hij dat ook heeft gedaan vorig seizoen.’

Nu Lewis Schouten ook is doorgebroken, staan er maar liefst zes spelers van jouw toenmalige Youth League-team in de basis. Had jij je dat drie jaar geleden durfden bedenken?
‘We hadden een goed elftal toen. Maar zó veel jongens tegelijk in het eerste elftal had ik niet verwacht. En dan hebben we ook nog spelers uit andere jeugdlichtingen in de ploeg. Dit is echt niet normaal. Het is een groot compliment voor de hele AZ-organisatie. In het veld merk je dat we elkaar al heel lang kennen. We weten na al die jaren precies van mekaar hoe de anderen aangespeeld en aangesproken willen worden. Je kent elkaars kwaliteiten. Het voelt als een vriendengroep. Als je dan ook nog prijzen wint met elkaar, geeft dat een extra dimensie. Eigenlijk sta ik er te weinig bij stil hoe speciaal dit is. En we zijn nog niet klaar.’

 

Schermopname _1668_

Een AZ talent, hoe typeer jij die in het algemeen?
‘In de jeugd zijn we gewend geraakt aan een strenge aanpak. Gericht op elke dag keihard werken aan je ontwikkeling en op hoe je moet leven als topsporter. In onze opleiding word je voorbereid op echt alle aspecten die je als profvoetballer gaat tegenkomen. Waarbij je fouten mag maken. Als je een keer op je bek gaat in de jeugd, sta je niet meteen reserve in de volgende wedstrijd. Je krijgt de tijd om te leren, te vallen en weer op te staan. Bij andere clubs is dat niet vanzelfsprekend, weet ik inmiddels uit verhalen van jongens bij Jong Oranje. Ontwikkeling is in onze opleiding belangrijker dan de resultaten. Op zich is dat goed. Maar ik had daar ook weleens mijn eigen gedachten over.’

Hoe interpreteer je dat?
‘Er kwamen weinig bijters door vanuit de opleiding. AZ had een tijd het imago van een stel ideale schoonzonen en dat herkende ik wel. Nu merk je dat daar verandering in is gekomen. De laatste tijd zie je steeds meer persoonlijkheden doorstromen. Dat vind ik een goede ontwikkeling.’

Het vorige seizoen kreeg je veel kritiek omdat je soms doorsloeg in het willen winnen wat was nu voor jou het omslagpunt?
‘Ik denk de verloren bekerfinale tegen Go Ahead Eagles. Dat leverde een hoop commotie op en in het nieuwe seizoen kreeg dat gevolgen. Ik kreeg steeds sneller gele kaarten, zelfs als er niks aan de hand was. En de trainer wisselde me af en toe, omdat ik geel had gehad of soms niet goed speelde. Martens zei in die periode tegen me dat ik de ploeg vaak had geholpen met de dingen die ik deed, maar dat het te vaak tégen ons ging werken. Waar eerst de tegenstander gek werd van mijn gedrag, werden we er op een gegeven moment zélf minder van. In de winterstop ben ik daarover gaan nadenken. Ik kwam tot het besef dat het anders moest. In mijn spel en in mijn mindset. Daarmee ben ik aan de slag gegaan.’

Wat zie jij als je tv-beelden van toen ziet?
‘Toen handelde ik anders dan ik nu zou doen. Als je mij buiten wedstrijden om spreekt, ben ik een heel ander persoon dan in het veld. Als ik de ring in ga, ben ik iemand anders. Dan gaat het erom dat je dat op een goede manier kan splitsen. Ik zag er geen kwaad in. Het was voor mij de manier om te winnen. Ik had het gevoel dat het team het nodig had. Ik zette mezelf ermee aan en wilde dat ook bij de andere jongens losmaken. Die mentaliteit heb ik nog steeds, maar ik ga er nu anders mee om. Ik voel steeds beter aan hoe en wanneer ik dat moet aanwenden. Met hulp van een bepaalde kringetje mensen om mij heen. Wie dat precies zijn dat houd ik graag voor mezelf.’

Speelt meditatie een grote rol in het rustiger worden in je hoofd?
‘Dat is heel belangrijk voor mij geworden. Ik mediteer dagelijks in mijn eentje thuis. Soms een half uur, soms tien minuten. Dan denk ik aan helemaal niks. Even puur luisteren naar je lichaam en je gevoel. Ik zal een voorbeeld geven. Soms kan ik mezelf gek maken met wat ik allemaal wil in mijn leven. Na een meditatie kijk ik daar heel anders naar. Dan voel ik die wil veel minder en ben ik blij en dankbaar voor wat ik al heb.’

‘Voor wedstrijden mediteer ik samen met mijn persoonlijke coach. Dan visualiseren we in welke situaties ik terecht kan komen. Als je dat op een goede manier doet, weten je hersenen niet of je het daadwerkelijk meemaakt of dat je erover nadenkt. Waardoor ik met rust en vertrouwen het veld opstap. Ik maak weleens de vergelijking met een glas water. Dat moet halfvol zijn als je goed in balans wil zijn. En niet al tot de rand gevuld, als de wedstrijd nog moet beginnen. Want dan stroomt het over, bij het minste of geringste. Dat gebeurde vroeger te vaak.’

Op welke manier kun je de chaos van sociale media en het meningencircus in de media op een afstand houden?
‘Ik heb tegenwoordig twee telefoons. De ene heb ik alleen om te bellen en te appen. Die gebruik ik het meest. Op de andere telefoon heb ik wel sociale media, maar die neem ik niet mee als ik naar de club ga. Als ik alleen thuis ben kijk ik er weleens op, maar nooit lang. Hoe je het ook wendt of keert, het vormt toch je kijk op het leven. Je ziet constant mensen die doen alsof ze 24 uur per dag gelukkig zijn en het meest geweldige leven hebben. Terwijl dat in de praktijk waarschijnlijk anders is. Of je zit zelf niet lekker in je vel en dan zie je al die blije mensen voorbijkomen. Ik denk dat al die sociale media niet goed voor je zijn. Mij helpt het in ieder geval niet. Vroeger kon ik urenlang scrollen op TikTok en Instagram. Naderhand wist ik niet eens wat ik nou eigenlijk had zitten kijken. Die tijd gebruik ik tegenwoordig liever voor een goed boek of een interessante serie.’

Hoe omschrijf jij het beste je gemoedstoestand van nu?
‘Ik denk veel meer na over dingen. Ik leef bewuster. Ik ben op mezelf gaan wonen en ben vaak alleen. Daar leer je ook weer dingen van. Bijvoorbeeld hoe je jezelf kan vermaken. Ik ben begonnen met piano spelen. Ik volg lessen en heb nu ook thuis een piano staan. Zo probeer ik steeds nieuwe dingen te leren. Dat vind ik leuk en ontspannend.’

Welke boeken lees je nu?
‘Non-fictie. Ik wil iets leren van wat ik lees. Meestal moet ik me ertoe zetten om te beginnen, maar als ik eenmaal aan het lezen ben vind ik het heel leuk. Boeken over de werking van het brein vind ik erg interessant. Bijvoorbeeld: hoeveel gedachten in je hoofd helemaal niet van jouzelf blijken te zijn en hoe je daarvan afkomt. Mensen en hun gedachten en hun gedrag, dat boeit me. Ook boeken over leiderschap vind ik interessant.’

 

Na de verlenging van je contract heeft technisch directeur Niels van Duinen aangegeven dat je je leiderschapsvaardigheden verder moet verbeteren. Heb je inzicht in zijn punt?
‘Zeker. Als jonge jongen was ik altijd al aanvoerder van mijn jeugdteams. Dat zegt iets over mijn karakter. Jordy Clasie en Peer Koopmeiners zijn nu de aanvoerders en dat doen ze goed. Ik denk dat ook ik eigenschappen heb die bij een leider passen, maar óók eigenschappen die beter kunnen. Constant het goede voorbeeld geven, bijvoorbeeld. En altijd kwaliteit leveren in het voetbal. Dan wordt het makkelijker om als leider gezien te worden. Je bent geloofwaardiger. En ik vind dat je ook leiderschap moet tonen als jijzelf of de ploeg het lastig hebben. Bij een voorsprong is het makkelijk de ploeg te leiden. Het gaat erom wat je doet in moeilijke fases. Daarin kan ik nog stappen zetten. Voor mijn houding in de groep maakt het trouwens geen verschil of ik wel of geen aanvoerder ben. Het uitgangspunt is wie jij bent en van daaruit moet je gaan leiden. Dus niet: Oh, ik ben nu aangewezen als leider en daar ga ik mijn gedrag op aanpassen. Dat werkt niet in een groep.’


Twee jaar terug vertelde je dat je veel tijd besteedde aan het vinden van een evenwicht tussen het team en jezelf. Waar bevind je je momenteel in dat proces?
‘Dat gaat steeds beter. Wanneer je als jonge voetballer doorbreekt, moet je eerst jezelf zien te redden. Na een paar jaar in het eerste elftal, heb ik meer ruimte in mijn hoofd om bezig te zijn met coachen in het veld. Dat heeft ook weer te maken met de rust die ik heb gevonden. Plus het feit dat ik inmiddels gewend ben aan het voetbalniveau. Door die factoren ontstaat er steeds meer tijd en ruimte om met de organisatie in het veld bezig te zijn.’

Het leek erop dat je op zoek was naar je nieuwe rol tijdens wedstrijden nadat je aan de slag bent gegaan met je mentale ontwikkeling?
‘Dat klopt. Ik was aanvankelijk te veel bezig met wat ik allemaal niet mocht doen in het veld. In plaats van gewoon voetballen, was ik te veel aan het nadenken. Dat ging ten koste van mijn spel. Het was zoeken naar een nieuwe modus. Dat is achter de rug. Ik ben in balans nu. Ik ben nog steeds iemand die vuur in zijn spel nodig heeft. Anders heb je niks aan mij. In die periode waar jij het nu over hebt, was het vuur er niet. Mijn felheid in de duels was er even uit. Ik was te voorzichtig. Nu brandt het vuur weer, mijn pit in de duels is terug. Zonder dat ik daarin doorsla. Ik doe het nu slimmer. Dat is hoe het moet zijn.’

Hebben de scheidsrechters die aanpassing inmiddels ook opgemerkt?
‘Als je een streepje vóór kunt hebben bij scheidsrechters, heb ik nog steeds wel een streepje áchter. Er wordt volgens mij nog extra op mij gelet. Al denk ik dat veel scheidsrechters het verschil inmiddels wel zien. Maar het blijven mensen en mensen hebben vooroordelen. Daar kom je niet zomaar van af. Dat merk ik wel. Het is aan mij om gewoon door te gaan op de weg die ik ben ingeslagen. Dan zal dat stempel uiteindelijk verdwijnen.’

Wat was jouw kijk op Argentinië en hun mentaliteit tijdens het WK?
‘Daar kan ik van genieten. Ze gooien alles in de strijd om te winnen. Ook dat hoort bij topvoetbal. En ze komen er telkens ver mee. Ook al roept hun mentaliteit veel weerstand op. Misschien gebeurt dat ook wel vanuit een bepaalde jaloezie. Dat spelers het zelf ook wel op die manier zouden willen doen, maar het niet durven. Bij Argentinië is het onderdeel van hun spel en van wie ze zijn. Ik vind dat mooi.’

 

Is AZ-trainer Leeroy Echteld meer Argentijns en dan vooral qua aanpak dan zijn voorganger Maarten Martens?
‘Leeroy zit er korter op dan Maarten. Zonder dat ik daar Maarten te kort mee wil doen. Het zijn gewoon andere types. Maarten zat veel op de voetbalstof, Leeroy meer op het menselijke vlak en de discipline. In een groep met veel jonge jongens is dat goed. En Leeroy hamert veel op lef en aanvallen. Zeker bij thuiswedstrijden. Zo van: Wij zijn AZ, wij moeten de bal hebben en we gaan naar voren. Daar spreekt veel vertrouwen uit. Dat doet ons goed. Hij weet hoe hij zijn spelers gas moet laten geven. De assistenten, Jan Sierksma en Robert Franssen, hebben op tactisch gebied een grote inbreng. Ron Vlaar brengt zijn ervaring op topniveau mee. Ik heb veel aan de samenwerking met hem. Hij heeft zelf alles meegemaakt als speler, ziet me dagelijks bezig en komt met heel gedetailleerde tips over verdedigen. En sinds dit seizoen hebben we ook nog een specialist voor de standaardsituaties, Philipp Aigner. Als je alle specialiteiten bij elkaar optelt, heb je het over een topstaf.’

Aan het einde van de trainingen heeft Aigner veel tijd beschikbaar. Waar ligt de focus?
‘Waar we de bal willen hebben en hoe we die dan gaan aanvallen. Dat iedereen precies weet wat zijn taak is bij spelhervattingen. Daar valt nog winst te halen voor ons. Ik geloof erin. Alles waar je tijd en aandacht aan geeft, gaat uiteindelijk groeien.’

Bij vrije trappen en hoekschoppen wat is jouw taak dan?
‘Peer staat vaak achter de bal in die situaties, dan is het aan mij om de boel in het strafschopgebied te organiseren. Zodat iedereen zijn eigen taak uitvoert. Vorig seizoen moest ik meestal een tegenstander blokken, zodat Troy Parrott vrijkwam. Dit seizoen ben ik een van de spelers die de bal aanvalt. Zodat ik met kopballen belangrijker kan worden. Hopelijk kan ik mijn goalstats zo opvoeren. Dat zou goed zijn voor AZ en voor mijn eigen statistieken.’

Als je kijkt naar het vorige seizoen welke stappen heeft het team nu gemaakt in vergelijking met dat vorige seizoen?
‘De jonge jongens zijn allemaal wat volwassener. Dat scheelt al. En dan hebben we ook nog een kwaliteitsspeler als Calvin Stengs terug. Ik verwacht dat het vaker gaat gebeuren, jongens van de club die bij AZ terugkomen. Omdat ze weten dat dit een fijne club is, waar op een steeds hoger niveau wordt gewerkt. Waar nu ook weer prijzen worden gewonnen, met aantrekkelijk voetbal.’

Na de overwinning in de bekerfinale hebben jullie in de competitie vier keer een gelijkspel behaald. Weet je waar AZ zou zijn geëindigd als jullie die vier wedstrijden hadden gewonnen?
Derde?

Schermopname _1669_

Inderdaad, jullie hadden nu de voorronde van de Champions League gespeeld. Sven Mijnans merkte later op dat jullie sneller hadden moeten overschakelen van het feestgedruis naar de laatste weken van de competitie.
‘Het klopt dat een deel van de groep na de bekerfinale even met andere dingen bezig was. Ook ik. Het is een beetje dubbel. AZ wint niet vaak een prijs en als het dan lukt, mag je dat goed vieren. Het was ook wel bizar, dat we een paar dagen na de finale alweer moesten spelen. Maar goed, soms moet je dingen doen waar je later spijt van hebt. Ik ben nog jong. De volgende keer zal ik rustiger feesten.’

Als je het hebt over voetbalinhoudelijk, wat zijn op dit moment de belangrijkste aandachtspunten?
‘In de voorbereiding hebben we veel getraind op de opbouw vanuit een laag blok. In verschillende patronen. Beter herkennen waar de ruimtes liggen, lezen waar de vrije man op het veld is. Dat zie je terugkomen in wedstrijden. Een ander punt is dat we na een voorsprong te vaak tegen onszelf gingen spelen. In plaats van de tegenstander bij de strot pakken, doorvoetballen en de voorsprong uitbouwen. Dan bleven we te vaak in een laag blok en gingen de lange bal spelen. In de hoop dat we geen tegengoal kregen. Ook na een voorsprong moeten we ons eigen spel blijven spelen, de controle houden, de tegenstander kapot blijven spelen. Daarnaast is de veldbezetting na balverlies een aandachtspunt. Vorig seizoen werden we te vaak weg gecounterd na balverlies. Wanneer je als ploeg goed staat, levert dat ook voordeel op bij balverlies van de tegenstander. Dan kun je meteen weer gaan aanvallen. Dat zijn allemaal aspecten waarmee we aan de slag zijn gegaan.’

Jullie moeten eindelijk rekening houden met de onvoorspelbare resultaten tijdens de Europese speelweken. Wat vormt hierin de essentie?
‘Dit is inderdaad al jaren ons verhaal. Zwaar frustrerend. Je ziet het trouwens ook bij andere clubs die Europees spelen. Het is gewoon zwaar, al die wedstrijden in korte tijd, en toch mag het geen excuus zijn. Als wij op tachtig procent een competitiewedstrijd spelen, is de kans op puntenverlies groter. Wij moeten altijd honderd procent zijn om te kunnen winnen. Leeroy is veel bezig met wat er nodig is, om elke keer weer honderd procent te zijn. Als je iedere dag vol gas traint, gaat dat ook in wedstrijden de norm worden. In dit verhaal is het ook belangrijk dat je een kwalitatief brede selectie hebt. Niet om een heel basiselftal te kunnen veranderen in zware weken, maar om een stuk of vier spelers te kunnen wisselen. AZ wil toe naar een situatie waarin we dat voor elkaar kunnen krijgen. Als ik naar de huidige selectie kijk, zijn we aardig op weg. Je moet ook een beetje geluk hebben met blessures. Dat je beste spelers het hele seizoen kunnen meedoen. Ik vind dat we nu in ieder geval een selectie hebben waarmee we bovenin kunnen strijden. Hoe lang we gaan meedoen, dat ligt aan onszelf.’

Waar beschouw jij jezelf momenteel in de ranglijst van centrumverdedigers die mogelijk een plek in de Oranje-selectie krijgen?
‘Het is bijzonder als je als AZ-speler Oranje haalt. Kees en Mexx hebben eraan mogen ruiken vorig seizoen, maar als centrumverdediger moet ik denk ik naar een grotere club om kans te maken. Ik bedoel, Beukema doet het prima bij Napoli en zelfs hij is nog nooit geselecteerd. De concurrentie op die positie is enorm. Dus nu focus ik me op AZ en Jong Oranje. Mocht de kans komen, dan zal ik er vol voor gaan. Het is mijn droom. Maar ik moet realistisch zijn, dit seizoen lijkt het me lastig. Ik moet nog stappen maken. Dat proces is in volle gang.’