
Sjoerd Mossou stelt in het Algemeen Dagblad dat "een voetballer die de komende jaren zijn hart én zijn verstand volgt, zal in 99 van de honderd gevallen voor Marokko kiezen, de huidige nummer zeven van de FIFA-ranglijst". Hij baseert die uitspraak op de groeiende professionalisering van het Marokkaanse voetbal.
Mossou bespreekt de recente beslissing van AZ‑speler Ayoub Oufkir, die na vier interlands voor Jong Oranje, waarin hij tweemaal trefzeker was, voor het eerst werd opgeroepen voor het Marokkaanse elftal. Oufkir sluit zich daarmee aan bij een groeiende groep van geboren Nederlanders die voor de Atlas Leeuwen kiezen.
Hij noemt ook Dries Boussatta, Khalid Boulahrouz en Ibrahim Afellay als voorbeelden die in de jaren ’90 en ’00 zowel hun gevoel als hun verstand gebruikten. "Ze gebruikten echter ook hun verstand, en nogal wiedes: Oranje had in de jaren ’90 en jaren ’00 vele malen meer te bieden dan Marokko. Meer professionaliteit, meer succes, meer status en meer kans op een topcarrière", aldus Mossou.
Mossou richt zich vervolgens tot Marco van Basten, die in 2016 Hakim Ziyech en Oussama Tannane "dom" noemde na hun keuze voor Marokko. "In werkelijkheid was vooral San Marco erg dom. De Marokkaanse voetbalbond had zijn inhaalslag rond 2016 al lang en breed ingezet. De wereldwijde scouting en alle denkbare randvoorwaarden werden geprofessionaliseerd: van het hypermoderne oefencomplex in Rabat tot de totale begeleiding rondom alle nationale elftallen."
Naast Oufkir vermeldt Mossou dat Souffian El Karouani, Anass Salah‑Eddine en Abdellah Ouazane al in de groep van trainer Mohamed Ouahbi zitten en eerder voor de Atlas Leeuwen kozen.
Mossou concludeert dat de tijd waarin Oranje onbetwistelijk aantrekkelijker was voor talentvolle spelers voorbij lijkt, en dat de Marokkaanse bond nu een sterk alternatief biedt voor spelers met zowel een emotionele als een rationele binding met hun roots.
Bronvermelding: gebaseerd op berichtgeving van voetbalprimeur.nl.